Beter die goede buur dan….

Paar weken geleden. Het weekend van de Atelierroute Laren is voorbij. Heb veel ateliers bezocht en nu gauw naar huis, feestelijke kleren aantrekken, want ik ga naar het verjaardagsfeest van mijn overbuurman. Hij wordt 80.
Al jarenlang heeft hij dikke pech, ziek, complicaties, ziekenhuisopnames, naar huis, weer ziek, weer complicaties, weer ziekenhuis en dat gaat zo maar door. Nu al twintig jaar lang.
Er zijn maar een paar buren uit de straat uitgenodigd, dus ik vind het bijzonder, dat ik tot de ’uitverkorenen ’behoor.
Maar misschien ook niet zo heel gek: ik woon hier al 38 jaar en het echtpaar al veel langer.
Ik geloof zelfs, dat buurman hier geboren is.
De grote partytent heb ik vanuit mijn badkamer al zien staan. Geen overbodige luxe in dit natte weekend en hopend dat het daar warm genoeg zal zijn, kies ik voor een jurk en keurige open schoenen. Nee, geen sneekers.
Behalve die paar buren, ken ik er vrijwel niemand. Een heel grote familie met kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen….dat telt lekker aan. En nog wat lieve honden ook. Leuk.
Toch spreek ik veel mensen. Iedereen is vrolijk en doet zijn best om het feestje rond de jarige leuk te maken. Geen verhitte politieke discussies, geen gedoe over hoe duur de benzine is, geen gezeur over hondenpoep of verkeerd geparkeerde auto’s: de sfeer is goed.
Ik, die het Nederlandse lied als ’t gaat om volksmuziek à la Hazes ‘haat’, betrap me erop, dat ik, tekstboek in de hand, sta mee te zingen met ‘heb je even voor mij’. Ja, er is live muziek. En buurman zelf zie ik, zingend, stralen.
Wij buren hebben als cadeau (wat moet je nou toch geven aan iemand die alles al heeft… zal iedereen bekend in de oren klinken) een levensboom gekocht. Ik geloof een kastanje. De kinderen hebben hem al ingegraven. Anekdote is wel, hoor ik deze avond, dat, als zij even weglopen om extra water te halen voor rond de wortels, de jarige, in rolstoel, bijna wordt geveld door diezelfde boom, want die valt om. Er ligt nog niet voldoende aangestampte aarde omheen. Een engelbewaarder redt hem voor de zoveelste keer.

Na teveel wit, heerlijke happen (fantastische catering) en leuke, soms bijzondere, gesprekken, ga ik een paar uur later naar huis, d.w.z.: ik steek de straat over.
En wat doe ik als eerste, nu ik thuis ben?
Ik ren naar de slaapkamer, waar ik een kwartier sta, schoenen uit, op de verwarmde vloer. Behalve poes Rosie, weet ook ík de vloerverwarming op dit moment zeer te waarderen. Onnodige ijdeltuiterij, die open schoenen.
Leven en laten leven, pluk de dag, beter een goeie buur dan…,
In al die, misschien afgezaagde, uitdrukkingen zit een grote kern van waarheid.
’t Was een Leuk feest.