‘On fait ce qu’on peut…’
De Tourkaravaan trok door de Pyreneeën, over de Col du Tourmalet en afdalend langs Barèges en Luz St. Sauveur naar Gavarnie-Gèdres. Ik ben gek op de Tour, ook al weet ik niets van fietsen en wil ik dat ook min of meer zo houden. Het hoort gewoon bij de zomer en de hoop is altijd op een heroïsche solo naar de een of andere top. Liefst in de regen. In Barèges bracht ik ooit een korte vakantie door, net nadat in het nabijgelegen Luz een skilift was neergestort waarbij 6 doden vielen. Voor iemand met pittige hoogtevrees niet echt een rustgevende gedachte. In een plaatselijke discotheek – die had je toen nog – had een werkelijk stom- en starnakeldronken Fransman toch een wat monterder kijk op de zaak. “Vous connaissez Luz?” vroeg hij beleefd. Ja, nou en of kende ik Luz, van het ‘accident’, uiteraard. “Ach ja,” zei hij innig tevreden, “On fait ce qu’on peut pour un peu de publicité”. Je doet wat je kan voor een beetje reclame. En dat alles wankelend en met een dubbele tong. Sindsdien is “On fait ce qu’on peut” bij ons een gevleugelde kreet bij ieder lokaal evenement dat de meest onooglijke gemeenten op de toeristische kaart moet zetten, zowel in binnen- als buitenland. In Frankrijk wemelt het van de lokale ‘fêtes’. Liefst thematisch. Het ‘Festival des soupes’, bijvoorbeeld. Een evenement van de eerste categorie rond de beste huisgemaakte soep. Of het ‘fête des saucisses’, een buitengewoon feestelijke aangelegenheid, zij het wat minder fortuinlijk voor de varkentjes. Van het ‘Fête des Chiens’ had ik hoge verwachtingen – en mijn hond ook – maar dit was als feest voor honden toch wat minder geslaagd, want hier werden in de brandende zon puppies aan de man gebracht. En kippen, want chien bleek een ruim begrip. En wat te denken van het Bal des Pompiers? Het was de afgelopen maand natuurlijk sowieso bal voor de brandweer, zelfs in Eemnes, maar een dansavond om onze eigen ‘pompiers’ in het zonnetje te zetten – ik vind het best een idee. Wij hebben natuurlijk onze KPJ en het feestcomité dus wij zitten zelden verlegen om feesten, maar bij gebrek aan feesten kun je het ook proberen met een pakkende slogan. Tenenkrommende voorbeelden te over: ‘Beleef Beerze!’, ‘Surhuisterveen, zo gezellig is er maar 1’, ‘Drachten wil je meemaken’(eh… niet echt), ‘Diffelen, de meeste toegankelijke gemeente van Nederland’ , ‘Sexbierum – meer dan wind alleen” (??!) ,’Harlingen heeft Wad’ en tot slot een eervolle vermelding voor ‘Dirkshorn bruist”. Er wordt sowieso veel gebruisd door gemeente-marketeers, met als absolute hoogtepunt Velsen Noord, het thuis van Tata Steel, dat ooit de slogan ‘Bruisend en recreatief’ hanteerde.
Toegegeven, je moet wat als je geen Wad hebt.