Bedelen moet leuk blijven
Het was te heet om te bedelen, begreep ik. De temperatuurmeter in de auto gaf 36 graden aan, dus ik kon een heel eind mee in deze redenering. Een paar uiterst sjofel uitziende lokale (half?) daklozen had er dan ook de voorkeur aan gegeven om de rugzak met wat muntjes erop – je moet de gulle gever wel duidelijk maken wat de bedoeling is – strategisch naast de winkelkarretjes te leggen. Maar er zelf naast gaan zitten, in de brandende zon, was toch een brug te ver. Bedelen moet leuk blijven. Ze zaten op een muurtje aan de rand van het parkeerterrein van de supermarkt in het Franse dorpje waar we al zo vaak vakantie vierden. Comfortabel in de schaduw, biertje in de hand, met een half oog op de rugzak en de verwachte ‘oogst’. Zoveel aandoenlijke, lamlendige lompheid kon ik niet weerstaan dus mijn winkelkarretjes euro gooide ik op de rugzak. Een snelle blik op de messing munten leerde me dat ik de enige was die hiervoor echt door de knieën ging. Ik heb nou eenmaal een zwak voor de klaplopers, de späthippies, de paradijsvogels en de straatmuzikanten die nog altijd een plaats hebben in dit dorpje in de Cevennen. Ooit kwamen ze vanuit het noorden, Parijs en omgeving naar deze contreien, weg uit de rat-race, op zoek naar een alternatieve en rustiger levensstijl. Ze verbouwden biologisch dynamische groenten, stortten zich op de biologische wijnbouw, werden imker, knutselden ‘dromenvangers’, sieraden en zelfgeweven sjaals voor de markt, en leidden een bestaan dat het woord marginaal een zekere glans gaf. En ze zijn er nog steeds. Strijken na de markt neer op de terrasjes waar een kopje koffie nog steeds maar 2 euro kost en hun scharrige honden niet worden weggekeken. De straatzanger, die al tientallen jaren onder de poort van het dorpje met zijn gitaar en fenomenale stem Brel naar de kroon steekt, staat er nog steeds. Hij heeft z’n ellenlange dreadlocks verruild voor een frissere look, maar hij zingt als vanouds. Het toerisme heeft de paradijsvogels niet verdrongen. Campings te over, maar toch is het massatoerisme hier nooit echt doorgedrongen. Geen rolkoffertjes, tiktok-rijen, nutellashops en selfies nemende Chinese toeristen die per touringcar arriveren. Geen appartementencomplexen en mega-hotels; de paar hotelletjes die er wel zijn bestaan ook al minstens 40 jaar, wat gelet op de uitstraling een godswonder is. Ik weet niet of ons dorp ook paradijsvogels kent, en of ze genoeg ruimte krijgen, maar als ik iets zou mogen vragen, zou ik wat meer ruimte willen voor de rafelrandjes van de samenleving en de groep kleurrijke eigenzinnigen…
Maar morgen wordt het 35 graden.
Gewoon te heet om te bedelen.
Column zuster Obstinata