Depressieve tonijn
Nee, ik heb het van geen vreemde, dat sentimentele. Mijn moeder was een absolute topper in dit genre. Laten we het erop houden dat het wel heel makkelijk stroomt in onze familie en december is wat dat betreft een topmaand, want er vallen genoeg mensen te missen en dat doe ik met overgave. En ben daarin bepaald niet alleen deze maand, want dat is nou eenmaal de prijs als je van iemand gehouden hebt. Gelukkig is daar het gezamenlijk kerstdiner met gezin en aanhang, dat garant staat voor een even chaotische als vrolijke puinhoop. Mijn kinderen zijn uitstekend in staat de stemming om te laten slaan naar het absurde en dat valt meestal in vruchtbare aarde bij mij. Plannen doen we niet zo, met als gevolg dat er twee dagen voor kerst een balletje wordt opgegooid via de app: “Wat was ook alweer het plan, eerste of tweede kerstdag? “ Gevolgd door “Mag ik mijn gemakzucht presenteren als traditie en gewoon weer een kerstham doen?” “Of kan ik iets van tonijn doen, voor de vegetariërs, ervan uitgaand dat je niet voor je lol vegetariër bent en met kerst wel een keertje kunt verzuimen?” Een voorzichtig: “Ik zal wel even vragen hoe Marijke erin staat, qua vis met kerst,” van zoonlief. Ik voel dat hier iets overreding nodig is. “Maar het zou toch kunnen dat het hier een heel depressieve tonijn betreft, oud en der dagen moe en op eigen verzoek geëuthanaseerd?” Dat moet het hem wel doen, denk ik. Zoon weet het niet zo, met die euthanasie. “Je ziet toch met de verrechtsing onder de tonijnenpopulatie dat de euthanasie-wetgeving is aangescherpt,” meent hij. Waarop ik de hertenbiefstuk in de strijd gooi, want “Die hertjes moeten allemaal afgeschoten worden omdat ze anders verhongeren en het zou immoreel zijn ze dan niet te eten.” Dat argument treft doel: twee overtuigde vegetariërs die vlees f#@%cking lekker vinden krijgen slappe knieën: “wij offeren ons wel op, qua hertjes.” Oke, hert en tonijn. En de rest van het menu zoeken ze maar uit. Ik zet mij vast aan het ingewikkelde recept voor de tonijnsaus. Beetje olie, uitje fruiten en dán heeft meneer B even hulp nodig bij het verslepen van het babybedje boven. Kan ik, multitasken, dus ik ren naar boven. En constateer dat er best even een stofdoek over het logeerkamertje mag. Enfin, vijf minuten later hoor ik B vanuit de keuken paniekerig roepen: ”Brand, de keuken staat in brand!” Een chronisch gebrek aan concentratie heeft één voordeel: dit is echt niet de eerste crisis die ik helemaal zelf veroorzaakt heb dus ik pak gedecideerd de brandende pan, zet hem buiten en gooi het deksel erop. Zo. I saved Christmas, eigenlijk. En heb overtuigend aangetoond dat je geen vuurwerk nodig hebt voor een vlammend begin van het nieuwe jaar. De beste wensen voor 2026!