In de polder van Eemnes snelt een moer naar de langpotige zwart-witte vogel met een jonge haas tussen de snavel. Ze probeert haar jong nog te redden, tevergeefs.

Een ooievaar eet voornamelijk regen-wormen, slakken, grote insecten, muizen en soms ook een kikker. Maar deze vogel is niet echt kieskeurig en eet vaak ook de prooien die zich op zijn pad bevinden. Zo kan het gebeuren dat een klein zoogdier, zoals een jonge haas, niet snel genoeg het hazenpad kan kiezen.