Dolly
Aubergines, daar zou deze column over gaan. Over de overbodigheid van aubergines, vooral. Een kleine 130 hectare energie- en water verslindende auber-
gineteelt onder glas, alleen al in Nederland! Bedenk eens hoeveel stikstof we daar op kwijt zouden kunnen. Oh nee, juist niet, geloof ik. Maar aubergines, dus. Gegrild krijgen ze al gauw de smaak en geur van een kartonnen doos met oude boeken die al jaren in de kelder staat, of de bontjas van oma die zorgvuldig ingepakt in een katoenen zak op zolder hangt te verstoffen. Je moet het leren eten, zeg maar. Die zompige massa waarbij onwillekeurig het beeld opdoemt van dat wat zich onder het schedeldak van sommige overzeese presidenten welhaast móet bevinden. Als je het mij vraagt tenminste, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Waarbij ik ter verdediging van de aubergines nog wel wil benadrukken dat die tenminste niet corrupt zijn, dat scheelt. Qua bereidingswijze zijn de mogelijkheden jammer genoeg schier eindeloos, maar altijd met matig resultaat. Zo kun je ze ook zo lang in de oven gaar stoven dat ze een slijmerige massa vormen met de consistentie van iets dat bij een stevige verkoudheid in grote hoeveelheden wordt geproduceerd, of de substantie waarmee je behang stevig vast plakt. Je kunt er ladingen Parmezaanse kaas of Bolognese saus overheen mikken, maar met behangplaksel helpt dat niet en met aubergines evenmin. Vind ik, hoor. Oftewel: mieter op met je moussaka. Kort en goed, dat ging het worden, deze column. Net waar u op zat te wachten. En toen ging Dolly Parton opeens dood. “Neeeeee, niet Dolly,” appte de zoon. Wel dus. En we hadden nog zo gehoopt dat Blauwe Fedde – zoek dat maar even op, we gaan het niet te makkelijk maken – die andere 80-jarige alomtegenwoordige Amerikaan te pakken zou nemen. Maar nee. Dappere Dolly, filantrope en supertalent, die de zelfrelativering zo ongeveer had uitgevonden. “It took me a fortune to look this cheap”, was één van haar gevleugelde uitspraken. Dolly had de speciale gave om te zeggen waar het op staat en dan toch in deze gepolariseerde wereld niemand voor de schenen te schoppen. Met haar behoorlijk uitbundige uiterlijk hing ze niet het domme blondje uit, ze dreef er de spot mee door in alles wat ze deed en zei duidelijk te maken dat ze dat niet was. Een icoon en een instituut met in ons land, in tegenstelling tot de VS, niet eens zo’n imposante reeks hits, maar soms is één liedje al genoeg om onsterfelijk te worden. Voor mij is dat “Jolene”, zo zuiver, zo echt, zó uit het hart. Rust zacht Dolly, we will always love you.
Column zuster Obstinata