Apport!
Er is een nieuwe pup. De tranen over het onvermijdelijke einde van onze Izzy zijn gedroogd. Ze was blind, had door een tia het reukvermogen van een garnaal en alsof dat nog niet genoeg was voor zo’n arm hondje, maakte een flinke tumor het af. Het leven is niet altijd eerlijk. Niet voor mensen, niet voor hondjes. Maar het wilde maar niet wennen, een leven zonder hond. Zelfs alles wat lastig is aan een hond wordt zo’n onlosmakelijk deel van je leven dat je dat enorm gaat missen. Dat je geen deur open kunt laten staan zonder dat er een dreumes trip, trip,trip, achter je aan komt lopen. Dat je de koelkast nog zo zachtjes open kunt maken maar de klok erop gelijk kunt zetten dat er dan een paar smekende oogjes heel extra mooi naast je komt zitten. Na ampel overleg hebben we gekozen voor hetzelfde, tamelijk dommige ras, dat ons de afgelopen 25 jaar voor de voeten, in de weg, gewoon weg en achterna heeft gelopen. Het soort dat de wereld voor een doedelzak aanziet. Wij hebben daar namelijk vrij goede ervaringen mee en ons verwachtingspatroon is nu zo ingesteld op de beperkte mogelijkheden, dat het haast niet meer mis kan gaan. Zou je denken, maar ik klop het voor de zekerheid toch een keer of 25 af. Apporteren heeft bij ons om voor de hand liggende redenen nooit al te hoog op de agenda gestaan. Dit wordt onze vierde Welsh Springer en de ervaring heeft geleerd dat exemplaren van dit ras even naar de bal rennen – als ze niet halverwege in totale verwarring zich afvragen wat ze ook alweer aan het doen waren – om vervolgens op de plek waar de bal ligt even een blik van verstandhouding met de baas te wisselen: “Jij zocht de bal? Nou hier ligt ‘ie hoor, succes”. Mocht je de neiging hebben te volharden in pogingen om de hond te laten apporteren, wordt de bal onmiddellijk begraven, om voor eens en altijd van het gedonder af te zijn. Overigens hebben niet alleen wij een nieuwe pup, onze dochter heeft er ook een uit hetzelfde nest. Om het feest compleet te maken wordt het broertje regelmatig bij ons gedropt, waarbij we verbijsterd toekijken hoe de twee schatjes zich gedragen als de terror twins. Zo wild als ketters. Denkend aan de beroemde dichtregels van Godfried Bomans “Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen” kan ik u verzekeren dat ik helemaal geen twee hondjes zou willen zijn. Echt niet. Tenzij het je leuk lijkt om permanent vlijmscherpe tandjes in je flapperende oren te hebben. Toegegeven, die van mij flapperen niet. Niet zó erg in ieder geval.
Column zuster Obstinata