Platzruhe
Ik zag het vanaf tien meter aan de hele houding van de receptioniste: dit is geen makkelijke tante. Enige intuïtie heb ik nog wel op dit terrein. Geheel tegen onze gewoontes in waren we neergestreken op een prachtige camping in Duitsland, in de Eifel en nog meer tegen onze gewoontes in hadden we van tevoren keurig gereserveerd. Onze hang naar een wild en avontuurlijk leven vertaalt zich tegenwoordig in op vakantie gaan zonder van tevoren een camping te reserveren. Sneuer wordt het niet. Weliswaar was de camping voor driekwart leeg, zoals de meeste in het voorseizoen, maar ik ken de Deutsche Liebe voor correcte procedures dus vooruit maar.
Ordnung muss sein. Maar de Teutoonse bij de receptie die me korzelig over haar bril aankeek was van het type dat beslist het voornemen had een probleem te creëren als ik ook maar even buiten de lijntjes wenste te kleuren. En dat wilde ik natuurlijk. Want de Empfangsdame had ons een plekje gegeven onder donkere sparrenbomen, in mijn optiek als locatie sowieso uitsluitend geschikt voor een spontane suicide. Wel met uitzicht op de Mülleimer, iets wat je thuis niet hebt, dus zulke plekken zijn altijd erg in trek. En je snapt het ook wel: je zit in de hospitality business, je krijgt nieuwe klanten die voor het eerst naar je camping komen, dan is het zaak dit onmiddellijk endgültig te frustreren. Mijn losjes geuite gedachte dat we voor twee dagen gereserveerd hadden, maar wellicht wat langer wilden blijven stuitte op nog meer beperkingen van de Gastfreundschaft. “Als het niet gereserveerd is,” sprak ze ijzig, terwijl ik verbijsterd een blik wierp op de lege velden. Na klar. Das Leben ist kein Ponyhof, zullen we maar zeggen, men gaat niet voor de lol op vakantie, versteht sich. Toch waren we ietwat gedesoriënteerd toen we voor een dichte slagboom kwamen te staan en we – overigens allervriendelijkst dit keer – gevraagd werden ons dan maar even te vermaken aan de andere kant van de slagboom: van 12.00 tot 14.00 heerste namelijk absolute Platzruhe. Het was allemaal erg nieuw voor ons, die hang naar orde. En toch heeft het wat, Duitsland. Bij een aangekondigde wegversmalling komt niemand je voorbij scheuren in een poging nog drie plaatsen op te schuiven in de file. De rij auto’s schuift gedwee naar rechts, zodra het verkeersbord dit aankondigt. En dan de taal, soms rauw en hard en dan weer zoet en poëtisch. De Nederlandse dichter en schrijver Anne van Amstel formuleerde het ongeveer zo: Gebruik een taal als oorlogstaal en 80 jaar later bedekken oogkleppen nog steeds de oren. ‘Ich liebe dich’ klinkt toch zachter dan ‘Ik hou van jou.’ Je moet het wel willen horen,
natuurlijk…