Run, baby, run
In de Volkskrant loopt al een paar maanden een rubriek waarin ouders wordt gevraagd “wat wilde u uw kind meegeven?” Dat levert heel veel goede voornemens op, maar helaas vragen ze vervolgens ook aan het kind of het een beetje gelukt is. Altijd jammer. Nu zijn kinderen van nature erg vergevingsgezind naar hun ouders; je moet het wel verrekte bont maken willen ze zich tegen je keren. Toch krijg ik het soms een beetje benauwd als ik over deze vraag nadenk. Eén ondervraagde moeder had er wel erg goed over nagedacht. Op het geboortekaartje van haar zoon stond “‘Wij staan voor je open en willen je datgene geven wat jij nodig hebt om jezelf te zijn in het leven.” persoonlijk vind ik open staan voor het kind dat je zojuist ongevraagd zelf hebt gebakken wel een minimumbod, al moet ik toegeven dat dat vermoedelijk anders was toen ik zelf een baby was. Mijn vader stond in ieder geval niet open voor mijn nachtenlange, hongerige (echt, hè) gekrijs en parkeerde me hardvochtig op de badkamer, want zo deden ze dat in de goede oude tijd. Wat mijn eigen goede voornemens betreft; ik vrees dat ik in eerste instantie voornamelijk dik, dom en gelukkig was bij de aanblik van de uiteraard uitzonderlijk goed gelukte pasgeborenen. Ik had zeker geen plan of credo paraat, waarmee ik de opvoeding ter hand wenste te nemen. Plannen, sowieso zó overschat. De belangrijkste les die ik mijn dochters later meegaf, was toch wel mannen (of vrouwen) te mijden die dingen zeggen als “Ik zeg maar zo, brand is erger” en “niet geschoten is altijd mis.” Zulke types zijn hard op weg je letterlijk dood te vervelen. Als je die uit je leven hebt weten te houden, ben je al een heel eind. Valt de term ‘Roverheid”? Alarmbellen, wegwezen, het is een papegaai. En mocht een exemplaar zich tijdens een buitenlandse vakantie dingen laten ontvallen als “Daar zitten we dan, als god in Oostenrijk/Italië/Spanje, etc”: run, baby run. Ook zoonlief kreeg ‘advies’ en mag nog smakelijk vertellen hoe ik hem het verschil tussen wijven enerzijds en vrouwen en meisjes anderzijds probeerde uit te leggen. Dit vanwege een diep verdrietige ervaring tijdens de groep 7 disco met een valsig klasgenootje. Wijven dienden ‘als de pest te worden gemeden’, meende ik. Heb ik mijn kroost dan helemaal niets moreel hoogstaands geprobeerd mee te geven? Mwoah. Of het zou moeten zijn: verzet je tegen klein onrecht, want als je dat niet doet wordt het te groot om er nog iets tegen te doen.
Een deprimerende gedachte in het licht van de totale rechteloosheid die de wereld momenteel ziet, maar tegelijkertijd: je moet ergens beginnen.