HOV, meisjes en camera’s of hoe het punt te missen
Commissievergadering openbare orde en veiligheid. Aan de orde was de reactie van het college op een motie van PvdA, gesteund door de hele raad, over de mogelijkheid van het plaatsen van camera’s bij de HOV haltes en dan met name op de plaats waar het onveilig voelt en trouwens ook is. Nog maar zo kort geleden eisten vrouwen met ludieke fietsdemonstraties aandacht voor de veiligheid van vrouwen en meisjes, naar aanleiding van de brute moord op de 17-jarige Lisa. De 19-jarige Sofie wilde dat best even toelichten en wond er geen doekjes om; Dat ]e je fiets niet veilig kunt stallen is één ding, maar de HOV halte beneden aan de snelweg werd door Sofie treffend omschreven als een ‘grimmige plek’, waar zij en haar vriendinnen zich niet veilig voelden. Instemmend gehum en ach en wee, maar nee, daar kon de gemeente niet echt iets aan doen, meldde de wethouder. Want cameratoezicht moet ‘proportioneel’ zijn en, volgens een raadslid, “Het sluitstuk van een integrale aanpak van een ‘eventuele’ problematiek”. Met andere woorden: er moet eerst iets ergs gebeuren. Je wacht een half jaar op een reactie, maar dan heb je ook wat, namelijk niks. Het antwoord van de gemeente sloeg de plank ook volledig mis, want focuste volledig op fietsendiefstal en met alle respect heren, dat is de minste van onze zorgen. Over die ‘eventuele’ problematiek het volgende: Iedere dag worden er ten minste vijftien meisjes en vrouwen verkracht en aangerand en dat zijn alleen de gevallen waarvan aangifte wordt gedaan. De werkelijke cijfers liggen – daar zijn alle instanties het over eens – oneindig veel hoger. En iedere week wordt een vrouw vermoord. Er is dus geen sprake van een ‘eventuele’ problematiek, maar van keiharde cijfers, die maken dat jonge meiden en vrouwen op zulke plekken als die hopeloze HOV halte onderaan de snelweg, per definitie met het hart in de keel en een knoop in hun maag maken dat ze wegkomen. Want de vraag is niet óf er iets gebeurt, hooguit wáár. En hoezo is cameratoezicht geen proportioneel middel als het primair is voor het gevoel van veiligheid van tenminste de helft van de bevolking? Wij zijn niet naïef, meiden leren al heel vroeg dat het geen top plan is om midden in de nacht wat in bos en hei rond te zwerven, waar je veiligheid niet gegarandeerd is, ook al zou je dat graag eisen. Maar de plekken die je niet kunt vermijden, de openbare ruimte zoals een HOV halte en een tunneltje, een fietspad met een donker gat ernaast waar iedereen je zo van je fiets kan trekken; dat zijn de plekken waar de overheid verantwoordelijkheid moet nemen.
En als de bureaucratie ‘nee’ zegt, verwacht ik dat mijn gemeente rebelleert.
Nu vraagt u zich wellicht af: Ben je boos, Obstinata?
Nee, hoor, héls.