Rijmpotentie
Sint zat weer eens te denken, uit welk vaatje zal ik nu eens tanken? Het is weer bijna Sinterklaas en het rijmvirus dreigt weer bezit te nemen van mijn geest. Ik kan geen winkel inlopen of voorwerpen en mogelijke cadeaus worden uitsluitend nog beoordeeld op hun rijmpotentie: ‘…een espressomachine, een roestvrij stalen, Da’s Sint te duur hoor, dat is balen.’ ‘Een watch voor haar, het liefst een smarte, vooruit dan maar, maar niet van harte.’ Enfin, onvermijdelijk komt de ware geest qua dichten pas op het laatst, zodat er op de dag zelf nog minstens tien gedichten uitgeperst moeten worden. Bij ons thuis was het staande praktijk dat we op een gegeven moment volledig doorgeslagen niet meer op konden houden met rijmen, zodat in een onbewaakt moment zelfs de smeulende sigaar van pa nog ingepakt dreigde te worden met een passend gedicht. Mijn vader was sowieso ingewikkeld, qua cadeaus. Hij had slechts een paar hobby’s: roken, koffie drinken en de krant lezen. Dus toen hij stopte met roken stonden wij als kinderen op verjaardagen en met Sinterklaas wel met de rug tegen de muur. Wat geef je zo iemand nog? De stropdassen had hij reeds lang voor Prins Claus ze in de ban deed, afgeschaft en sowieso kon je de man bepaald geen fashion victim noemen. Mijn moeder dacht, na een kritische blik op onze Fiat, een gat in de markt te hebben gevonden met een kloeke fles Valma Wash and Shine voor de auto. Nu ben ik er hoogst ongeëmancipeerd helemaal vóór om iedere vorm van problematiek die met auto’s of techniek te maken heeft de verantwoordelijkheid van mannen te maken (als onverbeterlijke alfa), maar of auto wassen daar ook onder valt is een beetje de vraag. Mijn vader dacht daar in ieder geval anders over. Onhandig scheurde hij de verpakking los, waarbij gewoontegetrouw het geschenk zelf ook bijna aan gort ging en pakte de bril erbij om te kijken wat het etiket vermeldde: Voor wel dertig wasbeurten! “Wel dertig,” zuchtte hij ongelukkig. Toen hij in een moment van onachtzaamheid belangstelling toonde voor een roodborstje in de tuin, waren wij er als de kippen bij om hem een warme belangstelling voor vogels aan te smeren, zo niet een regelrechte hobby. De onwillige ornitholoog in spe werd door de goedheiligman ‘verrast’ met een boekje over Europese vogels en een voedersilo voor de tuinvogels, zelf te monteren in het raamkozijn. Mijn vader nam wraak door, met zijn bijna spreekwoordelijke onhandigheid, het voedersilootje met schroeven en al scheef in het raamkozijn te hámeren, diep vergenoegd over de zekerheid dat we hem niet nog een keer met zoiets doe-het-zelverigs zouden belasten.
Maar meneer B. houdt wel van vogeltjes… hmm… Sint liep weer eens te denken, wat hij B zou schenken…
Column zuster Obstinata