H.E. Nieuweweg
Heel stil zitten…..
Vriendin Elize vraagt of ik donderdagavond ‘iets heb’. Nou nee, was van plan lekker thuis te blijven. Als ik dat zeg, vraagt ze of ik misschien een keer als model wil ‘zitten’.
Een van de dingen die ze graag (en goed!) doet is tekenen en schilderen.
Zij is die avond aan de beurt om het model aan te leveren en heeft nog niemand.
Ik zeg dus ‘ja’, niet wetend wat me te wachten staat.
Ben bovendien vergeten dat het de reünie avond is van Winter vol Liefde,
anders had ik natuurlijk nooit ingestemd, maar goed, beloofd is beloofd.
De avond zelf. Ik ben er op tijd, maak kennis met een paar kunstenaars en moet gaan zitten op een soort podiumpje. Spot op me gericht en er wordt ergens – een beetje hoog – een schilderijtje neergezet. Daar moet ik naar kijken. Ruim 5 kwartier, dan een pauze waarop ik even mijn benen kan strekken en daarna nog een uur. Ik zit wel op een goeie stoel met dito kussen en er wordt onder één van mijn voeten als steuntje een gereedschapskistje (!) neergezet, anders gaan mijn benen ‘slapen’, aldus de kenners.
Ik begin te staren in de verte en vanaf dat moment wordt de wereld anders.
Ik zie vanuit mijn ooghoeken dat tien mensen naar me kijken, beginnen te schetsen, weer kijken, steeds maar kijken, potloodje omhoog houden (later hoor ik dat ze zo de verhoudingen berekenen) en maar kijken en kijken…
Ik zou nu net zo goed een bloempot kunnen zijn, ik ben verworden tot een object, iets waar je omheen kunt lopen. Iemand komt pal voor me staan en vraagt wat de kleur van mijn ogen is… Dat zie je toch? Bruin. Ik mag vooral niet bewegen. Ja, ademhalen mag nog net wel.
Tot aan de pauze gaat het me redelijk makkelijk af, daarna wordt het anders. Ik krijg van dat staren (en waarschijnlijk te weinig knipperen) droge, pijnlijke ogen, krijg zin om mijn tong uit te steken en om keihard te gaan swingen op de nogal aanwezige achtergrondmuziek.
Natuurlijk doe ik dat niet. Wil een goed model zijn.
Als het dan eindelijk tien uur is en ik me weer mag bewegen, werp ik een snelle blik op alle kunstwerken. Sommige vind ik echt mooi, maar lang niet alles. Op één lijk ik ‘honderd-plus’ en terminaal. Op een ander werk lijkt het alsof ik door mijn (vermeende) echtgenoot ben mishandeld. De interpretatie van de kunstenaars hoop ik….
Ik krijg wel complimenten dat ik ‘zo mooi stil zat….’.
Ik sla het drankje dat me wordt aangeboden over en race naar huis waar ik nog net, mét poes en glaasje wit, de laatste twintig minuten van ‘Winter-met-weinig-liefde’ kan zien.