Grappige misverstanden door de jaren heen
Winter, 25 jaar geleden. Madagaskar. We zijn bijna klaar met de tv opnamen. Hebben dagenlang, buiten, in de zon gewerkt en gaan de volgende dag naar huis.
We moeten nog één tekstje opnemen, waarin de presentator uitlegt, dat we net zijn aangekomen en UNICEF projecten zullen gaan bezoeken.
Maar hij is zó bruin geworden. Het klopt niet, dat hij net uit het vliegtuig is gestapt. Ik schmink hem daarom gauw met mijn eigen make up, waar ik wallen mee weg werk: een bijna witte crème.
Maar dan….. de cameraman verschiet van kleur als hij hem ziet en gaat meteen op zoek naar een glas water. Waarom ziet Henk ineens zo wit? Ziek?
Ik heb mijn werk dus goed gedaan. Carrière-switch?
Vakantie, ooit, in Indonesië. Het Bahasa Indonesia beheersen we niet, maar een drankje is prima te bestellen in het Engels. Jonge mensen vinden het leuk die taal te oefenen.
Ik bestel ‘one beer please’. Vooral geen volzinnen, dat maakt de communicatie alleen maar moeilijker. Vriendin Anna reageert daarom met ‘me too’.
Even later komt de bestelling: één bier voor míj, twee voor haar.
Die snapt er niks van. Ik wel: ‘me too’ klinkt als ‘ik twee’. Logisch toch?!
Ze zijn wel op gekomen…
Een paar jaar geleden.
Een vriendin woont één-hoog en heeft een lieve kat. Zijn dagelijkse uitje is ’s avonds via een boom naar beneden te springen, een flinke wandeling te maken om later, via dezelfde ‘weg’, weer terug te gaan richting zijn diner.
Tot op een avond kat Jaap niet thuis komt.
Vriendin Betty wacht en wacht … tot middernacht. Ze trekt haar jas aan over haar nachtpon en gaat op zoek. Ze loopt een blokje om, roepend ‘Jaap, Jaap, waar ben je nou. Kom nou thuis, je moet nog eten’.
Op dat moment komt een man met hond haar tegemoet. Hij kijkt haar meewarig aan en zegt ‘ach mevrouwtje, uw man komt zo heus wel weer thuis. Die zit in de kroeg en is de tijd vergeten’.
Als vriendin na vergeefs zoeken weer thuis komt, zit Jaap op haar te wachten en ze denkt aan zijn blik te kunnen zien, dat hij denkt…. ‘waar wás je nou… ik heb honger’.
Van de week: op bezoek bij een vriend.
Als ik de auto uitstap, komt er een buurvrouw tevoorschijn, die mij wijst op een raam, boven, waar een mooie rode kater zit te genieten van het uitzicht.
‘Leuk hè, die kat’, zegt de onbekende vrouw. ‘daar zit hij heel vaak en oh ja, wil je Robert zeggen, dat Koen weer thuisgekomen is’.
Ik: ‘Ah, was uw kat weggelopen?”. Zij ‘nee, nee, Koen is mijn man. Hij is net weer terug uit het ziekenhuis’.
Ik heb het Robert gemeld.