Zes weken geleden…
Een bus van de dierenambulance stopt. Een vrouw stapt uit en haalt ‘iets’ uit de achterbak.
Een kartonnen doosje met poes Lynn erin, die lijkt te slapen, maar blijkt te zijn aangereden. Is dood.
Als in een roes vul ik allerlei papieren in. Besef het nog niet.
Ook laat ik Lynn zien aan de andere poes, Rosie. Dat schijnt goed te zijn voor haar rouwverwerking, weet ik.
Ze snuffelt even en rent dan keihard weg. Voor haar is deze Lynn haar maatje Lynn niet meer.
Nadat poes door de lieve, aardige mevrouw van de dierenambulance naar het crematorium is gebracht, wordt ik een uurtje later gebeld.
‘Hoe wilt u dat uw liefdevolle poes wordt gecremeerd? Alleen? Met anderen? Wilt u het tijdstip van de crematie weten? Wilt u de as? Een urn? Een sieraad misschien met wat as van uw liefhebbende, overleden dier? Mag de as worden uitgestrooid boven zee’?
De stem klinkt erg mee- en inlevend.
Maar wél, de volgende dag al, de factuur, ‘te betalen binnen 14 dagen’.
Had dat niet een paar dagen kunnen wachten?!
Ik heb daarom pas betaald na de eerste aanmaning.
Nadat Lynn is meegenomen, begint het potje huilen en dat houdt voorlopig niet op, ondanks mijn kennis over hoe om te gaan met een achterblijvende rouwende poes.
Alles zoveel mogelijk hetzelfde houden. Niet teveel aandacht geven (ook niet te weinig), geen eten op andere tijden geven, vooral normaal doen. Huilen hoort daar dus eigenlijk niet bij in aanwezigheid van Rosie.
De eerste dagen is het erg: ze zoekt, blijft zoeken, miauwt, kastdeuren moeten open, ze eet weinig, spitst haar oren als ze denkt Lynn te horen en staart urenlang naar buiten.
Na een paar weken lijkt ze haar poezenleven weer leuk te vinden: eet normaal, speelt veel (ja, die balletjes heen en weer gooien doet het personeel, ze apporteert niet!), zoekt niet meer, gaat weer op stap en van de week lag er zelfs een, godzijdank dode, muis midden op de salontafel.
En dan van de week: uit het niets weer zielig gemiauw, kasten moeten weer open, eten gaat mondjesmaat, spelen wil ze ook al niet.
Ik google me suf en dan blijkt dat dit kán, bestaat. Dat ze opeens door ‘iets’ weer getriggerd kan worden, weer even de treurende, verdrietige Rosie is.
Dit gedrag duurde een halve dag.
Inmiddels eet ze weer goed, speelt, gaat naar buiten (hoewel ze de charme van sneeuw niet inziet), ploft weer hard spinnend naast me op de bank en mogen de kastdeurtjes dicht blijven.
Hopelijk is ze Lynn nu echt vergeten.
’t Vrouwtje nog niet…