Buurt barbecue en meer
’t Is me dit jaar voor het eerst gelukt! Ik heb me niet voor de zoveelste keer voorgesteld aan mensen, die ik bij god niet meer herkend had van het jaar ervóór.
Andersom wél. Er waren er een paar, die zich, attent, voorstelden, maar die ik al wél kende. Ik zal wel een ‘algemeen gezicht’ hebben.
Feest was weer leuk, het eten lekker en de fles wijn, die ik had meegenomen (iedereen nam zijn eigen drankje mee), kon ik nog, behoorlijk gevuld, uiteindelijk weer mee terug naar huis nemen. Reden? De dag ervóór had ik mijn 75e verjaardag vrij uitgebreid gevierd en dat was niet onopgemerkt gebleven. Een aantal mensen kwam daarom naar me toe met hún fles wit en vroeg of ze me mochten bijschenken. Ik was toch jarig geweest?!
Ik heb dus nogal wat verschillende druivensoorten tot me genomen, overigens zonder schadelijke hoofdpijn-ellende de volgende ochtend.
75. Ik heb ’t geweten. Felicitatiekaarten die qua grootte nog nét door de brievenbus konden met natuurlijk in koeienletters ‘hoera, 75!’ erop. Ja, zelfs op de enveloppe. Ook de postbode is nu dus op de hoogte!
Niks bescheiden kleine kaartjes. ’t Werd er ‘ingewreven’, op allerlei manieren. Behalve per post, mail en de app, ook verbaal. ‘je hoort er nu echt bij hè, ja, terug kunnen we niet meer, we zijn nu echt oud’. En vele varianten.
Ook leuke, lieve reacties. ‘goh joh, ik dacht dat je pas 65 was… ‘.
En de cliché opmerkingen: ‘ach, leeftijd zegt toch niks, je bent zo oud als je je voelt’….. maar dat hoor ik toch echt nooit jongeren zeggen, alleen de oudjes.
75. Mijn opa’s en oma’s haalden ’t niet. Mijn moeder (53) al helemaal niet, mijn vader nét. Mijn dierbare vriendinnetje redde de 70 niet eens.
Al vijftien jaar krijg ik geen oproep meer om me te laten controleren op baarmoederhalskanker en nu komt er dus nóg een voordeel van ouder worden bij (of is ’t toch een nadeel?), namelijk, dat mijn borsten niet meer als pannenkoeken op de foto hoeven en ik geen paarse envelop meer hoef te openen om daarna adequaat Grote Actie te moeten ondernemen in het Kleinste Kamertje.
Natuurlijk ben ik blij, dat ik deze leeftijd heb bereikt, hoewel het nog lang niet de gemiddelde leeftijd is, waarop vrouwen in ons land overlijden, namelijk 83.3 jaar.
Met een beetje geluk mag ik dus nog negen keer Kerstmis vieren, nog negen keer de griepprik halen, nog een paar keer mijn paspoort en rijbewijs verlengen, hopelijk – niet al te vaak – nog een paar keer stemmen voor de Tweede Kamer én nog negen keer naar de Buurt Barbecue!